De openingszin van een goed boek is zelden de eerste ingeving van de schrijver. Die pakkende eerste zin is meestal het resultaat van uren, dagen of zelfs weken staren naar een lege pagina waarbij de schrijver zoekt naar de juiste sfeer, nadenkt over de essentie van het verhaal en aanvallen van frustratie, woede en zelfhaat doormaakt.
Intussen heb ik de eerste zin van deze post trouwens al vijf keer herschreven.
Er zijn vast wel mensen die makkelijk schrijven. Ze doen hun laptop open en vullen de lege pagina, waarbij ze starten met een briljante klapper van een openingszin. Fijn hoor! Ik ervaar helaas keer op keer de ellende van de lege pagina.
Daar zit ik dan aan mijn bureau te staren naar de blanco bladzijde. In mijn hoofd heb ik een heel boek dat knettert en trappelt van ongeduld om eruit te komen, en ik heb geen idee hoe ik moet beginnen. Welke zin is goed genoeg om de aandacht van de lezer te trekken, de sfeer neer te zetten en de lezer mee te nemen in het verhaal? Lege-pagina-stress kan zo heftig zijn dat ik het schrijversbestaan wil verruilen voor een echte baan!
Inmiddels heb ik een oplossing gevonden die voor mij werkt. Ik schrijf gewoon het eerste hoofdstuk zonder op die eerste zin te letten. Als ik daar tevreden over ben, kijk ik pas weer naar de start. Want als het eerste hoofdstuk de sfeer weergeeft die ik wilde realiseren, is het makkelijker om de juiste woorden te kiezen voor een fantastische openingszin.
Heb jij last van lege-pagina-stress?
