Stukje lezen
Stukje lezen Zin om een stukje van Familiegeheimen lezen? Nina vertelt haar zus over de man die ze net heeft ontmoet. Normaal gesproken begrijpen de zussen elkaar zelfs zonder woorden. Nu even niet.
Ze keek naar de werkhoek en zag de Amerikaan snel wegkijken. Ze had de hele tijd het gevoel gehad dat hij naar haar keek. Ongemakkelijk bij zoveel aandacht klikte ze op een van haar Favorieten. Vrijwel onmiddellijk hoorde ze: “Hé, little sis. Hoe gaat ‘ie? Ben je er al?”
Bij het horen van Alices zachte stem schoot ze ineens vol in de emotie. Hè? Waarom was ze zo van streek? Ze liep snel naar buiten en fluisterde: “Er is een man.”
Een geschrokken geluid aan de andere kant. Twee seconden stilte. Dan: “Vertel.”
“Ik kan het bijna niet geloven.” Ze struikelde zowat over haar woorden. “Ik kwam hier aan, ze hebben hier een soort werkhoek achterin, en daar zat hij. We... dit is zo belachelijk.”
“Niet analyseren, Nin. Gewoon vertellen wat er gebeurde.”
Ze haalde diep adem.
“Ik verzoop in zijn ogen, soort van, alsof we deden wie het langst kon staren. Duurde eindeloos, voor mijn gevoel, en de ober keek toe en vond het supergrappig. Mijn hart sloeg op hol, ik had het koud en warm tegelijk, en het enige dat ik zei, was, ‘Ken ik jou?’. Zo stom, maar het is alsof ik hem al jaren ken. En die blauwe ogen! Maar ik kan hem helemaal niet kennen, dat kan gewoon niet. En toen dacht ik, nu zegt hij vast ‘Dat zou ik nog wel weten’, want dat zeggen ze allemaal, maar dat deed hij niet. Hij zei ‘Dit is de eerste keer dat ik in Europa ben, dus ik denk het niet, tenzij we elkaar in de VS hebben ontmoet.’ Want hij is een Amerikaan, en het is dus echt onmogelijk dat ik hem ooit heb ontmoet.”
“En je hebt dit hele gesprek onthouden.”
“Ja, ik weet het, het is afschuwelijk.”
“En waar is hij nu, en waar ben jij?”
“Ik heb net mijn eerste interview gedaan, wat trouwens heel goed ging, en toen moest ik jou bellen, dus ben ik naar buiten gelopen. Ik wilde even je stem horen. Zodra het interview klaar was, keek ik weer recht in zijn ogen, en ben ik naar buiten gevlucht. Ik sta te kwaken. Sorry.”
“Ja, inderdaad, en je hoeft geen sorry te zeggen. Ik ben blij dat je belt. Hoe gaat het nu met je?”
“Ik ben compleet gefrustreerd! Ik word er gek van! Mijn hele lijf is in de war, ik ben in de war, en ik kan hem niet vertrouwen want hij wilde niet eens zijn echte naam zeggen.”
“Nou, dat wilde jij ook niet, want dat kan niet.”
“Inderdaad, en ik kan bijna niet geloven hoe we er een spelletje van maakten om namen voor elkaar te bedenken. We hadden zo’n lol, we zaten te lachen, en die ogen...”
“Nin, luister. Je weet waar dit op lijkt, hè?”
“Natuurlijk, op totale waanzin. Ik ben een idioot. Ik moet een ander café zoeken om te werken. Ik kan hier niet blijven.”
Alice gaf geen antwoord. Nina keek naar haar telefoon om te checken of het gesprek was weggevallen.
“Alice?”
“Probeer dat nog eens, schat.”
“Hè? Wat moet ik proberen?”
“Waar dit op lijkt.”
“Wat? Ik heb geen idee wat je bedoelt. Hier heb ik niets aan, Alice.”
Ze hoorde iemand kloppen. Iemand liep Alices kantoor binnen.
“Sorry Nin, ik moet hangen. Ik heb een vergadering. Bel me vanavond terug. Als je het dan nog niet doorhebt, leg ik het je haarfijn uit.”
Grommend van frustratie drukte ze het gesprek weg. Ze keek uit over het oude plein. Veel van de gevels waren schitterend afgewerkt met goudverf en versieringen. De hele Grote Markt glinsterde in het zonlicht. Het had niets geholpen om Alice te bellen. Geen zier. Wat moest ze nou? Een ander café zoeken om te werken? Dat zou natuurlijk supersneu zijn. Wat een zwaktebod. Bovendien had ze met iedereen in Au Coin afgesproken. Ze zuchtte diep. Nou, ze was achtentwintig, zoals Alice waarschijnlijk zou zeggen. Oud genoeg om te dealen met deze bizarre puinhoop.
