Deze blog begon net als anders: niet met een perfecte zin, maar met een gevoel dat zich in mijn hoofd nestelde en weigerde om zich stil te houden.
Ik opende een nieuw document en deed even helemaal niks. In plaats van te typen of een kader uit te werken, keek ik naar een paar vragen. Waar ging dat gevoel over? Wat wilde ik zeggen?
Dat moment van rust is belangrijker dan je denkt. Het zet de toon, nog voordat zich woorden vormen.
Daarna maakte ik een eerste, slordige versie. Lange zinnen, vage gedachten, herhalingen die nog moesten worden aangepast. Ik gooide gewoon alles eruit, omdat ik zelf nog niet wist wat ik nog meer te zeggen had. Net als mijn personages zijn mijn blogs vaak een verrassing als ik ze op deze manier laat ontstaan. Als ik te snel begin met redigeren, verliezen ze aan oprechtheid.
Het redigeren van zo’n eerste versie is een kwestie van schrappen, anders formuleren en verfijnen. Ik heb uiteindelijk zo’n 50% van deze blog weggegooid. Wat overbleef, voelde krachtiger en eerlijker aan. Na nog een dag wachten heb ik het artikel nog een keer geredigeerd.
De laatste check was gericht op ritme. Ik las de blog hardop voor. Lette op waar een adempauze moest komen. Plaatste een extra komma, maakte een lange zin iets korter. Schrijven is niet alleen visueel, maar ook fysiek. Je wilt voelen dat een zin landt.
Wat je nu leest, is het resultaat van dat proces. Geen rommel, geen twijfel, maar de gedistilleerde versie. Wél onvolmaakt en menselijk, want dat is nou juist waar het om gaat.
Als er één geheim is dat een schrijver je kan meegeven, is het dit:
Schrijven betekent niet dat je precies weet wat je moet zeggen.
Het betekent dat je lang genoeg wacht tot je dat ontdekt
En daarna nog eens zo lang bezig bent met uitvogelen hoe je dat formuleert.
